Skip to main content

Welke straffen kan een rechter opleggen?

Als de rechter tot een bewezenverklaring komt van het tenlastegelegde strafbare feiten, dan kan de rechter een straf en/of maatregel opleggen. De rechter kan daarbij een keuze maken uit verschillende strafmodaliteiten:

  • Toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht: Bewezenverklaring zonder de oplegging van een straf en/of maatregel;
  • geldboete;
  • werkstraf (maximaal 240 uur);
  • gevangenisstraf;
  • gedragsaanwijzing (bijvoorbeeld een contact- en/of locatieverbod);
  • reclasseringstoezicht en/of verplichte behandeling (agressieregulatietherapie / verslavingszorg / etc.);
  • schadevergoeding(smaatregel) benadeelde partij;
  • ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel;
  • verbeurdverklaring van goederen of het onttrekken van goederen aan het verkeer;
  • terbeschikkingstelling aan de staat;
  • een ISD-maatregel.

Een rechter kan straffen onvoorwaardelijk opleggen of (deels) voorwaardelijk. Een voorwaardelijke straf hoeft u niet te ondergaan, zolang er gedurende de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten worden gepleegd en eventuele opgelegde bijzondere voorwaarden worden nagekomen. Onvoorwaardelijke straffen dienen voor het gehele onvoorwaardelijke deel te worden ondergaan.

Meer weten over voorwaardelijke en onvoorwaardelijke straffen? Klik dan hier.