Skip to main content

Welke afdoeningsmogelijkheden en straffen zijn er in het jeugdrecht?

Het jeugdstrafrecht geldt in beginsel voor jeugdigen tussen de 12 en 18 jaar. In het jeugdstrafrecht staat het belang van de minderjarige centraal en ligt de nadruk voornamelijk op een opvoedkundige aanpak. De reden daarvan is gelegen in het gegeven dat de hersenen van minderjarige nog in ontwikkeling zijn. De hersenen van (jonge) mensen zijn meestal pas volledig ontwikkeld wanneer zij ongeveer 24 jaar oud zijn. Niet iedereen ontwikkelt zich op dezelfde manier of met dezelfde snelheid. En niet bij iedereen past daarom dezelfde straf of maatregel. Een rechter moet daarom rekening kunnen houden met de verdachte en zijn ontwikkelingsniveau. Omdat de pedagogische aanpak die binnen het jeugdstrafrecht centraal staat, kan de ontwikkeling van de minderjarige nog maximaal worden beïnvloed. De bedoeling van een straf is dat minderjarigen de ruimte krijgen om te leren van hun fouten, om zo de ontwikkeling van de minderjarige te stimuleren, de minderjarige te heropvoeden, te resocialiseren en de minderjarige ervan te weerhouden van het opnieuw plegen van strafbare feiten.

Het adolescentenstrafrecht heeft betrekking op jeugdigen van 16 tot 23 jaar. Een belangrijk doel van het adolescentenstrafrecht is een flexibele werking van de sanctiestelsels rond de leeftijd van 18 jaar. De rechter kan afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van een jeugdige verdachte en de aard en ernst van het feit een keuze maken uit toepassing van het jeugdstrafrecht of toepassing het volwassenstrafrecht. Zo kan de rechter in bepaalde gevallen besluiten om jeugdigen van 16 – 18 jaar volgens het volwassenstrafrecht te berechten. Tegelijkertijd kan de rechter bij jeugdigen van 18 – 23 jaar besluiten het jeugdstrafrecht toe te passen. De rechter kan vanwege het adolescentenstrafrecht dus flexibel omgaan met de toepassing van het strafrecht en zich door deskundigen laten adviseren over de wenselijkheid van de toepassing van het jeugdstrafrecht of het adolescentenstrafrecht. Uitgangspunt is dat de rechter alleen in zeer uitzonderlijke gevallen het volwassenenstrafrecht toepast op verdachten die minderjarig waren tijdens het feit. Dat is omdat opvoedkundige beïnvloeding en positieve bijsturing bij deze verdachten in de meeste gevallen mogelijk zijn.

Zowel voor de toepassing van het jeugdstrafrecht als het adolescentenstrafrecht – volwassenstrafrecht wordt gekeken naar de leeftijd ten tijde van het plegen van het strafbare feit.

Minderjarigen tussen 12 tot 18 jaar die een strafbaar feit plegen, komen mogelijk in aanmerking voor een Halt-afdoening. Dat is geen echte straf. Het is een vrijwillig alternatief om een echte straf of maatregel te voorkomen en biedt minderjarigen zodoende de kans hun fout recht te zetten. Bijvoorbeeld door excuses aan te bieden aan de slachtoffers en gemaakte schade te vergoeden. Het moet dan wel gaan om een licht strafbaar feit, zoals vernieling of openbare dronkenschap. Ook moet de minderjarige akkoord gaan met de verwijzing naar Halt. Het voordeel van Halt is dat dit niet op het strafblad terecht komt.

Welke verschillende afdoeningsmogelijkheden zijn er nu precies binnen het jeugdrecht?

1. Buitengerechtelijke afdoening: geen justitiële aantekening en een zeer spoedige afdoening

  • Het politiesepot = een geregistreerde reprimande/waarschuwing van de politie aan de minderjarige (ouders worden geïnformeerd).
  • De potentiële strafbeschikking (art. 257b Sv) = het opleggen van een geldboete door de politie (buiten het O.M. om), waardoor van strafvervolging wordt afgezien.
  • Halt-afdoening (art. 77e Sr).
  • De strafbeschikking (officiersmodel) (art. 257a Sv jo. art. 77 Sr). Deze afdoening komt wel op de justitiële documentatie van de minderjarige terecht (het strafblad).

2. Gerechtelijke afdoening door de kinderrechter (unus iudex) of meervoudige kamer (MK).

Hoofdstraffen:
  • Jeugddetentie (art. 77i Sr en 77n Sr) = alleen in geval van een misdrijf.
    • 12 – 15 jaar = max. 1 jaar jeugddetentie
    • 16 – 17 jaar = max. 2 jaar jeugddetentie
Maatregelen:
  • Plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel, art. 77s Sr):
  • Maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige (art. 77w Sr);
  • Ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel (art. 36e Sr);
  • Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38 – 38ij Sr), inhoudende een gebieds-, contact- en/of stadionverbod.

De Raad voor de Kinderbescherming begeleidt jongeren met een taakstraf. Een taakstraf duurt maximaal:

  • 200 uur voor een werkstraf;
  • 200 uur voor een leerstraf;
  • 240 uur voor een combinatie van een leer- en werkstraf.

Meer weten over het jeugdstrafrecht? Neem dan contact met ons op!