Skip to main content

Wat is een onvoorwaardelijke of voorwaardelijke straf?

Als een rechter tot een veroordeling komt, kan de rechter een straf opleggen, wanneer dit passend en geboden is. Er zijn verschillende strafdoelen, waarvan de belangrijkste zijn vergelding, generale preventie en speciale preventie.

Een onvoorwaardelijke straf wordt opgelegd vanuit het doel van vergelding. Een onvoorwaardelijke straf is een straf die moet worden ondergaan. Dat kan onvoorwaardelijke gevangenisstraf werkstraf of geldboete zijn.

Een voorwaardelijke straf hoeft niet te worden ondergaan, zolang er gedurende de proeftijd aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Dat kunnen algemene voorwaarden zijn (geen nieuwe strafbare feiten plegen) of bijzondere voorwaarden (bijvoorbeeld meewerken aan behandeling van een verslaving). Aan een voorwaardelijke straf wordt een proeftijd gekoppeld van 1, 2 of 3 jaren. De maximale duur van een proeftijd is in artikel 14b Sr. gesteld op ten hoogste drie jaren. De proeftijd kan echter tien jaren bedragen indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Wordt gedurende de proeftijd aan de voorwaarden voldaan, dan hoeft de straf niet te worden ondergaan. Voorwaarden die opgelegd kunnen worden, zijn:

  • Gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door het strafbare feit veroorzaakte schade;
  • geheel of gedeeltelijk herstel van de door het strafbare feit veroorzaakte schade;
  • storting van een door de rechter vast te stellen waarborgsom, ten hoogste gelijk aan het verschil tussen het maximum van de geldboete die voor het feit kan worden opgelegd en de opgelegde boete;
  • storting van een door de rechter vast te stellen geldbedrag in het schadefonds geweldsmisdrijven of ten gunste van een instelling die zich ten doel stelt belangen van slachtoffers van strafbare feiten te behartigen. Het bedrag kan niet hoger zijn dan de geldboete die ten hoogste voor het strafbare feit kan worden opgelegd;
  • een verbod contact te leggen of te laten leggen met bepaalde personen of instellingen;
  • een verbod zich op of in de directe omgeving van een bepaalde locatie te bevinden;
  • een verplichting op bepaalde tijdstippen of gedurende een bepaalde periode op een bepaalde locatie aanwezig te zijn;
  • een verplichting zich op bepaalde tijdstippen te melden bij een bepaalde instantie;
  • een verbod op het gebruik van verdovende middelen of alcohol en de verplichting ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek;
  • opneming van de veroordeelde in een zorginstelling;
  • een verplichting zich onder behandeling te stellen van een deskundige of zorginstelling;
  • het verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
  • het deelnemen aan een gedragsinterventie;
  • andere voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende.

De rechter kan een onvoorwaardelijke strafmodaliteit combineren met een voorwaardelijke straf. In dat geval wordt er een straf opgelegd, waarvan een deel voorwaardelijk is en een deel onvoorwaardelijk. Bijvoorbeeld een werkstraf van 180 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Dit betekent dat u dan 120 uur moet werken en dat de overige 60 uren gedurende de proeftijd van 2 jaren voorwaardelijk boven uw hoofd blijven hangen. Die 60 uren hoeft u dus niet te verrichten, zolang u zich gedurende de proeftijd aan de gestelde voorwaarden houdt. Dit kan een rechter eveneens bepalen ten aanzien van een gevangenisstraf of een geldboete.

Als de rechter vindt dat er vanwege de aard en ernst van het feit wel een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd en u hebt al in voorarrest gezeten, dan kan de rechter ervoor kiezen een deels voorwaardelijke, deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk staat aan het reeds ondergane voorarrest. De tijd die u in voorarrest hebt gezeten wordt na een strafoplegging altijd in mindering gebracht van de opgelegde straf. Als voorbeeld: u hebt 14 dagen in voorarrest gezeten. De rechter legt een gevangenisstraf op van 44 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Het onvoorwaardelijke deel dat moet worden uitgezeten, bedraagt hier 14 dagen. Omdat het voorarrest echter wordt verrekend met de opgelegde straf, hoeft het onvoorwaardelijke deel van de straf niet feitelijk te worden uitgezeten, omdat die 14 dagen tijdens het voorarrest al zijn uitgezeten. De voorwaardelijke straf van 30 dagen gevangenisstraf hoeft niet te worden uitgezeten, zolang de voorwaarden gedurende de proeftijd worden nageleefd. Zou de rechter vinden dat er een noodzaak is om daarnaast nog een onvoorwaardelijke straf op te leggen (in het kader van vergelding), dan kan de rechter aanvullend bijvoorbeeld nog een onvoorwaardelijke werkstraf opleggen.

Wilt u weten welke straffen een rechter allemaal kan opleggen? Klik hier voor een overzicht van de strafmodaliteiten. Wilt u meer lezen om meer te lezen over de hoogte van straffen die opgelegd kunnen worden bij de meest gangbare delicten, klik dan hier. Wilt u meer lezen over de verschillende afdoeningsmogelijkheden van een strafzaak, klik dan hier.

Wilt u meer weten over de strafdoelen die met een strafoplegging worden gediend? Klik dan hier.