Skip to main content

Veel gebruikte terminologie

Wat betekent:

  • Een toevoeging;
  • de piketregeling;
  • een tegenstrijdig belang;
  • geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht;
  • een dagvaarding en tenlastelegging;
  • een strafbeschikking;
  • collusie of collusiegevaar;
  • de cautie;
  • in beperkingen zitten;
  • het jeugdstrafrecht en adolescentenstrafrecht;
  • een overtreding of een misdrijf;
  • een voorwaardelijk of onvoorwaardelijke straf?

Een toevoeging
Een advocaat kan namens de verdachte een verzoek doen bij de Raad voor Rechtsbijstand voor gefinancierde rechtsbijstand. Als het inkomen voldoet aan de gestelde grenzen, wordt er door de Raad voor Rechtsbijstand naar aanleiding van die aanvraag een toevoeging verstrekt op naam van de behandelend advocaat. De staat betaalt dan (deels) de kosten van de advocaat. Aan de verdachte wordt een eigen bijdrage opgelegd, waarvan de hoogte varieert en afhankelijk is van het inkomen en vermogen van de verdachte. Wanneer een advocaat een verdachte bijstaat op basis van gefinancierde rechtsbijstand (door het verstrekken van een toevoeging), wordt dit ook wel pro deo genoemd.

De piketregeling
Een piketadvocaat is een strafrechtadvocaat die deelneemt aan de piketregeling van de Raad voor Rechtsbijstand. Wanneer een verdachte wordt aangehouden, heeft hij recht op een advocaat. Als de verdachte gebruik wil maken van zijn recht op een advocaat, dan meldt de politie de zaak uit bij de Raad voor rechtsbijstand. Soms heeft een verdachte een voorkeursadvocaat. Dan meldt de Raad voor Rechtsbijstand de aanhouding van de verdachte bij de voorkeursadvocaat uit. Als de advocaat geen voorkeursadvocaat heeft, dan meldt de Raad voor Rechtsbijstand de aanhouding van een verdachte uit aan de dienstdoende piketadvocaat.

De meeste strafrechtadvocaten zijn aangesloten bij de Raad voor Rechtsbijstand en nemen deel aan de piketregeling. Hiertoe stelt de Raad voor Rechtsbijstand een roulatierooster op. Elke deelnemende piketadvocaat heeft eens in de zoveel tijd dienst. De werkzaamheden die de piketadvocaat in de piketfase verricht, worden door de overheid vergoed. De verdachte hoeft dus niet zelf te betalen voor de rechtsbijstand in de piketfase.

Een tegenstrijdig belang
Advocaten zijn de partijdige belangenbehartigers van hun cliënten. Als er sprake is van een tegenstrijdig belang, dan betekent dat dat een advocaat twee of meer cliënten bijstaat die uiteenlopende en mogelijk conflicterende belangen hebben, die zich niet met elkaar verenigen. Het belang van de ene cliënt verzet zich tegen het belang van de andere cliënt. In die gevallen mag een advocaat de verdachte(n) niet bijstaan. Afhankelijk van de situatie kan de advocaat mogelijk nog wel één van de verdachten bijstaan, maar het kan ook zo zijn dat de advocaat geen van de verdachten meer kan en mag bijstaan. Dat geldt dan ook voor zijn kantoorgenoten.

Een voorbeeld van een tegenstrijdig belang is aan de orde wanneer de verdachten elkaar de schuld in de schoenen schuiven. Of wanneer beide verdachten aangifte tegen elkaar doen en zowel aangever als verdachte zijn. Maar ook wanneer één cliënt alle betrokkenheid ontkent en de andere cliënt verklaart dat de ontkennende cliënt wel de dader is. Verder mag een advocaat nooit tegen een cliënt of voormalig cliënt procederen.

In twijfelgevallen is het vaak beter om het zekere voor het onzekere te nemen en niet langer voor de betreffende cliënt(en) op te treden. De schijn van belangenverstrengeling dient namelijk eveneens te worden voorkomen.

De geheimhoudingsplicht van een advocaat en het verschoningsrecht
Een advocaat heeft een geheimhoudingsplicht. Elk gesprek en alle zaaksgerelateerde informatie waarover een advocaat beschikt is vertrouwelijk. Een advocaat is bij wet verplicht tot geheimhouding en dient te zwijgen over alles waarvan hij uit hoofde van zijn beroepsuitoefening kennisneemt.

Als een advocaat als getuige in een strafproces van zijn eigen cliënt zou worden gehoord, heeft hij een verschoningsrecht en hoeft hij geen vragen te beantwoorden. Doet een advocaat dat wel, dan kan hij tuchtrechtelijk worden aangesproken, als hij daarmee zijn geheimhouding schendt. Met dit verschoningsrecht kan de geheimhouding zodoende worden gewaarborgd.

De geheimhoudingsplicht van een advocaat leidt ertoe dat een advocaat te allen tijde vrijelijk en vertrouwelijk met zijn cliënt te kunnen spreken, ook telefonisch. Gesprekken tussen verdachten en advocaten mogen niet afgeluisterd worden, tenzij er in een uitzonderlijk geval een strafrechtelijke verdenking tegen de advocaat zelf is gerezen. Dat gesprekken tussen cliënten en advocaten niet afgeluisterd mogen worden, betekent niet dat dit niet gebeurt. Regelmatig is gebleken dat gesprekken tussen verdachten en advocaten wel zijn afgeluisterd. Hoewel gesprekken tussen advocaat en cliënt niet afgeluisterd mogen worden, mag de inhoud van een gesprek tussen een verdachte met een derde (niet zijnde advocaat) die betrekking heeft op de inhoud van het gesprek met een advocaat wel afgeluisterd en uitgewerkt worden. Wanneer een verdachte die onder de tap staat na een gesprek met zijn advocaat een vriend of familielid belt en de inhoud van het gesprek herhaalt, kan dat gesprek integraal worden opgenomen in het dossier indien en voor zover dit volgens het O.M. relevant zou zijn voor de zaak.

Meer lezen over tapgesprekken? Klik dan hier.

Een dagvaarding en tenlastelegging
Een dagvaarding is een juridisch document waarmee een verdachte wordt opgeroepen om voor de rechter te verschijnen. In de dagvaarding staat vermeld waar en wanneer de zitting plaatsvindt. Ook staat hierin van welk strafbaar feit iemand wordt verdacht en waar en wanneer dat feit gepleegd zou zijn. Dit wordt de tenlastelegging genoemd.

Daarnaast staat op de dagvaarding vermeld voor welke rechter iemand moet verschijnen: de kantonrechter, de kinderrechter, de politierechter, de meervoudige kamer, etc.

Voorlopige hechtenis
Voorlopige hechtenis is een verzamelnaam voor de periode dat je voorafgaande aan de inhoudelijke behandeling van een strafzaak in voorarrest verblijft. De voorlopige hechtenis vangt aan vanaf het moment van de inverzekeringstelling. De voorlopige hechtenis kan worden verlengd met de bewaring (14 dagen) en de gevangenhouding / gevangenneming (30/60/90 dagen) en kan nadien nog langer doorlopen wanneer dit door de rechter tijdens een openbare pro forma wordt bevolen.

Meer weten over hoe lang de politie u mag vasthouden na een aanhouding? Klik dan hier.

Een strafbeschikking
Het openbaar ministerie heeft de bevoegdheid om zelfstandig straffen op te leggen. Dit kan door middel van het uitvaardigen van een strafbeschikking. Het O.M. kan geen vrijheidsbenemende straffen (gevangenisstraf/hechtenis) opleggen. Als iemand het niet eens is met de opgelegde strafbeschikking, dan kan hiertegen binnen 14 dagen verzet worden ingesteld.

Collusie of collusiegevaar
Collusiegevaar is één van de juridische gronden om iemand langer in voorlopige hechtenis (voorarrest) te kunnen houden. Het collusiegevaar wordt aangewend wanneer men vreest dat de waarheidsvinding zal worden gefrustreerd wanneer een verdachte zich op vrije voeten bevindt. Wanneer er een reëel vermoeden bestaat dat een verdachte door zijn vrijlating het onderzoek zal saboteren, frustreren en/of zal tegenwerken, kan het collusiegevaar worden aangewend als grond voor het voortduren van de voorlopige hechtenis.

Dat kan wanneer de vrees bestaat dat een verdachte na zijn vrijlating bijvoorbeeld getuigen onder druk gaat zetten, sporen van het misdrijf gaat uitwissen, goederen waarmee het strafbare feit is gepleegd zal vernietigen of wegmaken, etc.

De cautie
De cautie is de mededeling aan de verdachte dat hij het recht heeft om te zwijgen. Het vloeit voort uit het recht dat de verdachte heeft om niet mee te hoeven werken aan zijn eigen veroordeling. De cautie wordt vaak gegeven met de woorden: “U bent niet tot antwoorden verplicht”.

Als er sprake is van een verhoorsituatie en de cautie wordt niet gegeven, dan kan de verklaring die door de verdachte is afgelegd later, onder bepaalde voorwaarden, worden uitgesloten voor het bewijs.

In beperking zitten (bevel beperkingen)
Als een verdachte in voorarrest verblijft, kunnen er beperkingen worden opgelegd. Dit houdt in dat een verdachte tijdelijk bepaalde rechten worden ontnomen, zoals:

  • Geen persoonlijk contact met medeverdachten/medegedetineerden en/of derden (incl. familieleden);
  • Geen brieven versturen naar anderen (anders dan naar de advocaat);
  • Geen telefonisch contact met anderen (anders dan de advocaat);
  • Mediabeperkingen (geen radio of TV);

Afhankelijk van de noodzaak en het doel van de beperkingen, kan de officier van justitie besluiten om álle beperkingen op te leggen of slechts één of meer beperkingen.

Als er aan een verdachte beperkingen zijn opgelegd, dan gelden die beperkingen ook voor de advocaat. Dat betekent dat de advocaat dan bijvoorbeeld geen zaaksinhoudelijke informatie mag bespreken met derden (zoals familieleden).

Wanneer aan een verdachte beperkingen worden opgelegd, kan hiertegen een bezwaarschrift worden ingediend, waarmee bezwaar wordt gemaakt tegen de beslissing om de verdachte in beperkingen vast te houden. In een bezwaarschrift beperkingen wordt verzocht om één of meer beperkingen op te heffen.

Het jeugdstrafrecht of het adolescentenstrafrecht
Het jeugdstrafrecht geldt in beginsel voor jeugdigen tussen de 12 en 18 jaar. In het jeugdstrafrecht staat het belang van de minderjarige centraal en ligt de nadruk voornamelijk op een opvoedkundige aanpak. De reden daarvan is gelegen in het gegeven dat de hersenen van minderjarige nog in ontwikkeling zijn. De hersenen van (jonge) mensen zijn meestal pas volledig ontwikkeld wanneer zij ongeveer 24 jaar oud zijn. Niet iedereen ontwikkelt zich op dezelfde manier of met dezelfde snelheid. En niet bij iedereen past daarom dezelfde straf of maatregel. Een rechter moet daarom rekening kunnen houden met de verdachte en zijn ontwikkelingsniveau. Door de pedagogische aanpak die binnen het jeugdstrafrecht centraal staat, kan de ontwikkeling van de minderjarige nog maximaal worden beïnvloed. Door die ontwikkeling op een positieve manier te beïnvloeden, is de kans op herhaling kleiner.

Het adolescentenstrafrecht heeft betrekking op jeugdigen van 16 tot 23 jaar. Een belangrijk doel van het adolescentenstrafrecht is een flexibele werking van de sanctiestelsels rond de leeftijd van 18 jaar. De rechter kan afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van een jeugdige verdachte en de aard en ernst van het feit een keuze maken uit toepassing van het jeugdstrafrecht of toepassing het volwassenstrafrecht. Zo kan de rechter in bepaalde gevallen besluiten om jeugdigen van 16 – 18 jaar volgens het volwassenstrafrecht te berechten. Tegelijkertijd kan de rechter bij jeugdigen van 18 – 23 jaar besluiten het jeugdstrafrecht toe te passen. De rechter kan vanwege het adolescentenstrafrecht dus flexibel omgaan met de toepassing van het strafrecht en zich door deskundigen laten adviseren over de wenselijkheid van de toepassing van het jeugdstrafrecht of het adolescentenstrafrecht. Uitgangspunt is dat de rechter alleen in zeer uitzonderlijke gevallen het volwassenenstrafrecht toepast op verdachten die minderjarig waren tijdens het feit. Dat is omdat opvoedkundige beïnvloeding en positieve bijsturing bij deze verdachten in de meeste gevallen mogelijk zijn.

Zowel voor de toepassing van het jeugdstrafrecht als het adolescentenstrafrecht – volwassenstrafrecht wordt gekeken naar de leeftijd ten tijde van het plegen van het strafbare feit.

Meer weten over het jeugdstrafrecht of het adolescentenstrafrecht? Klik dan hier.

Een overtreding of een misdrijf
Overtredingen zijn minder ernstige vergrijpen dan misdrijven. Overtredingen worden berecht door de kantonrechter of de politierechter. De politierechter en de meervoudige strafkamer buigen zich over de misdrijven. Op overtredingen staan lagere straffen dan op misdrijven.

De wetgever heeft in het wetboek van strafrecht alle misdrijven in het tweede hoofdstuk gezet en alle overtredingen in het derde hoofdstuk.

Bij de bijzondere wetten zoals de Opiumwet, de Wegenverkeerswet of de wet Wapens en Munitie staat er per delict (dat is de omschrijving van het strafbare feit in de wet) of dit een overtreding of een misdrijf betreft.

Een onvoorwaardelijke of voorwaardelijke straf

Als een rechter tot een veroordeling komt, kan de rechter een straf opleggen, wanneer dit passend en geboden is. Er zijn verschillende strafdoelen, waarvan de belangrijkste zijn vergelding, generale preventie en speciale preventie. Een onvoorwaardelijke straf wordt opgelegd vanuit het doel van vergelding. Een onvoorwaardelijke straf is een straf die je moet ondergaan. Dat kan onvoorwaardelijke gevangenisstraf werkstraf of geldboete zijn.

Een voorwaardelijke straf hoef je niet te ondergaan zolang je gedurende de proeftijd aan de gestelde voorwaarden voldoet. Dat kunnen algemene voorwaarden zijn (geen nieuwe strafbare feiten plegen) of bijzondere voorwaarden (bijvoorbeeld meewerken aan behandeling van een verslaving). Aan de voorwaardelijke straf wordt een proeftijd gekoppeld van 1, 2 of 3 jaren. De maximale duur van een proeftijd is in artikel 14b Sr. gesteld op ten hoogste drie jaren. De proeftijd kan echter tien jaren bedragen indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Meer weten over een voorwaardelijke en onvoorwaardelijke straffen? Klik dan hier.