Strafrechtadvocaat: Verlengstuk van een crimineel of belangenbehartiger van een verdachte?

9 november 2021, mr. C. Lammers (Strafrechtadvocaat)

Strafrechtadvocaat: Verlengstuk van een crimineel of belangenbehartiger van een verdachte?

Onlangs is strafrechtadvocaat Taghi aangehouden. Zijn neef verblijft momenteel als verdachte van verschillende zware strafbare feiten in detentie in de EBI in Vught. De advocaat wordt ervan verdacht voor zijn neef als boodschapper te hebben gefungeerd, waardoor het criminele netwerk van die neef– volgens het O.M. – kon voortbestaan.

Naar aanleiding hiervan overweegt minister Dekker het toezicht op de advocatuur verder aan te passen.

In de EBI heeft men de maatregelen voor de toegang van advocaten inmiddels aangescherpt. Zo mogen advocaten op dit moment geen digitale gegevensdragers (laptops) meer meenemen als zij de EBI betreden. Dat kan leiden tot een beperking van advocaten en verdachten om een strafzaak gedegen voor te bereiden. Veel dossier worden inmiddels digitaal verstrekt en zonder digitale gegevensdrager is het lastig(er) het digitale dossier nauwkeurig door te spreken met de cliënt. Ook het met cliënt uitkijken van bijvoorbeeld camerabeelden of (in bepaalde zaken) het uitluisteren van tapgesprekken is hierdoor niet mogelijk.

Laat ik voorop stellen dat zowel advocaat Taghi als zijn neef nog steeds verdachten zijn. De rechtbank moet zich nog uitlaten over de vraag of de feiten waarvan zij worden verdacht wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Zelf handelen wij altijd naar eer en geweten en houden wij ons aan de geldende gedragsregels waaraan een advocaat is onderworpen. Dat geldt gelukkig ook voor de meeste van onze collega’s en confrères. Het lijkt hier te gaan om een incident, waarbij van belang is dat het in dit geval bovendien nog slechts gaat om een verdenking. Minister Dekker lijkt naar aanleiding van dit incident echter de integriteit van álle strafrechtadvocaten in twijfel te trekken door te stellen dat het toezicht op de advocatuur in zijn algemeenheid verder aangescherpt dient te worden. Deze generaliserende benadering van advocaten in de strafrechtadvocatuur leidt tot de gedachte dat een advocaat niet (langer) wordt gezien als partijdige belangenbehartiger van een verdachte, maar eerder als verlengstuk van een crimineel. Daarmee wordt de advocaat door de enkele vervulling van zijn taak per definitie gezien als potentiële verdachte. Dit verhoudt zich wat ons betreft niet tot de fundamentele rechtsbeginselen die ten grondslag liggen aan de totstandkoming van ons rechtssysteem.

Bovendien kan een strenger toezicht leiden tot een onevenredige belasting voor strafrechtadvocaten. Nu al moeten advocaten aan allerlei bijkomende regels en maatregelen voldoen. Dit leidt ertoe dat veel tijd verloren gaat aan administratieve zaken, die in onze beleving niet noodzakelijk zijn. Wanneer het toezicht verder wordt verscherpt, zal die belasting naar verwachting nog groter worden. Vooralsnog onderschrijven wij de wens tot het verder aanscherpen van toezicht binnen de advocatuur dan ook niet.

Daarnaast overweegt minister Dekker een apart regime voor het contact tussen zware criminelen en hun advocaat. Ook dit verhoudt zich niet met de fundamentele rechtsbeginselen die ten grondslag liggen aan de totstandkoming van het Wetboek van Strafrecht en de daaruit voortvloeiende rechtsbescherming voor verdachten. Wanneer is een verdachte bijvoorbeeld aan te merken als ‘een zware crimineel’?  Gaat het dan om de aard en ernst waarvan iemand verdacht wordt? Want in dat geval is het van evident belang dat het in beginsel steeds gaat om een verdenking, waarbij nog moet worden bewezen of de verdachte het hem tenlastegelegde strafbare feit heeft gepleegd. Of gaat het om de hoeveelheid strafbare feiten waarvan iemand wordt verdacht? Of om iemands strafblad? Het aantal veroordelingen? De aard en ernst van de feiten waarvoor iemand reeds is veroordeeld?

Ook het instellen van een apart regime tussen advocaat en zware criminelen is in strijd met onze fundamentele rechtsbeginselen. Want waarom moet voor het contact tussen een advocaat en die ‘groep verdachten’ een apart regime worden opgesteld? Zeker wanneer ook het toezicht op de advocatuur wordt verscherpt? Ben je als advocaat dan inderdaad per definitie een verlengstuk van de ‘zware crimineel’ of sta je nog altijd een verdachte bij? Een verdachte aan wie op basis van de grondbeginselen van de rechtsstaat rechten toekomen aan zijn status als verdachte, zoals het recht te zwijgen, zonder dat dit tegen je wordt gebruikt. En het recht op goede rechtsbijstand van een (voorkeurs)advocaat, welke advocaat de zaak gedegen kan en mag voorbereiden tezamen met zijn client die zich in voorlopige hechtenis bevindt. Dit uitgangspunt dient te gelden voor alle verdachten en niet slechts voor ´niet zware criminelen’.

Wij vrezen dat de minister de fundamentele rechtsbeginselen steeds meer uit het oog dreigt te verliezen en zien de ontwikkelingen op dit punt met argusogen tegemoet.