Skip to main content

Gerechtshof spreekt student vrij van verkrachting

Op 25 januari 2024 heeft het gerechtshof Arnhem – Leeuwarden te Arnhem een 31 jarige man vrijgesproken van verkrachting, welke verkrachting 5,5 jaar geleden zou hebben plaatsgevonden, na een lustrumfeest. De destijds 26 jarige student ontmoette tijdens een lustrumfeest een studente, met wie hij het die avond erg gezellig had. Ze kletsten en zoenden met elkaar en zijn vervolgens samen naar het huis van de studente gegaan, beiden met de uitdrukkelijke intentie om daar gezamenlijk en geheel vrijwillig consensuele seks te hebben. Zij hadden allebei veel gedronken die avond en nacht. Tot zover komen de beide verklaringen van de studenten volledig overeen. Toen de studente ´s morgens wakker werd, lag cliënt in diepe slaap naast haar. Zij schrok daarvan en had geen enkele herinnering aan wat er die nacht was gebeurd. Ze vond het die ochtend allemaal erg ongemakkelijk en vroeg de student om weg te gaan. Die lag echter in zo´n diepe slaap, dat hij niet wakker te krijgen was. De studente verlaat haar woning daarom zelf, de student achterlatend. Hij wordt uiteindelijk gewekt door een huisgenoot van de studente, drinkt met die huisgenoot koffie en verlaat de woning. Uiteindelijk doet de studente aangifte van verkrachting. De student zelf wordt hiermee pas anderhalf jaar ná de betreffende nacht voor het eerst geconfronteerd, namelijk wanneer hij wordt opgeroepen en aangehouden door de politie om een verklaring af te leggen. De student ontkent zeer stellig dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan verkrachting en verklaart dat zij beiden seks wilden hebben en dat alle seksuele handelingen tussen hen op dat moment door hen beiden als (zeer) gewenst werden ervaren. Hij verklaart dat hij daarbij op geen enkel moment de grenzen van de studente heeft willen overschrijden.

Toch wordt de student op 30 juli 2021 door de rechtbank Gelderland veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De student moet op basis van dit vonnis derhalve 8 maanden in de gevangenis doorbrengen. Hij kan zich hiermee niet verenigen en gaat om die reden in hoger beroep tegen het gewezen vonnis. Hij wendt zich tot mr. Lammers, die hem in deze procedure in hoger beroep bijstaat. In de tussentijd staat het leven van deze student stil. Hij kan geen hypotheek afsluiten om een woning kopen, omdat hij zijn hypotheek niet zou kunnen voldoen op het moment dat hij daadwerkelijk 8 maanden in detentie zou moeten doorbrengen. Immers, in dat geval geniet hij geen inkomen en zou hij enorme schulden opbouwen. Hij besluit daarom geen hypotheek af te sluiten. Ook een overstap naar een nieuwe, meer uitdagende, functie durft hij niet aan. Daarvoor is immers een verklaring omtrent gedrag vereist, welke verklaring vanwege de veroordeling door de rechtbank Gelderland naar alle waarschijnlijkheid niet zal worden afgegeven.

Zedendelicten zijn ernstige schendingen van de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Zedenzaken zijn daarmee ingrijpende zaken die vaak veel emoties oproepen. Ingrijpend in de levens van degenen die het betreft. En ingrijpend vanwege de impact die zedenzaken hebben op de omgeving van de betrokkenen en op de samenleving als geheel. Maar zeker ook ingrijpend voor mensen die ten onrechte beschuldigd worden van het plegen van een zedendelict. [1] Een initieel vrijwillig seksueel contact  kan naderhand met terugwerkende kracht worden beschouwd als een onvrijwillig contact, doordat de betrokkene later anders is gaan denken over dat contact (‘veranderd perspectief’).[2] Iemand kan bijvoorbeeld spijt hebben omdat de seks achteraf pijnlijk (b)lijkt te zijn geweest, omdat de seks tegenviel, omdat er seksuele handelingen zijn verricht of ondergaan die iemand normaliter niet zou doen, omdat de man in kwestie na afloop onaardig deed, omdat iemand vreemdging, dronken was, etc.[3]  Dat levert echter niet met terugwerkende kracht de juridische kwalificatie van verkrachting op.

Daarnaast is van belang dat soms ten onrechte wordt gesteld dat er een zedendelict zou zijn gepleegd.[4] Soms berust een onterechte melding of aangifte simpelweg op een verkeerde interpretatie van feiten of signalen.[5] En ook komt het voor dat verklaringen van betrokkenen in de loop der tijd zodanig beïnvloed zijn, dat datgene wat bij de politie verteld wordt uiteindelijk (in belangrijke mate) afwijkt van datgene wat zich daadwerkelijk heeft voorgedaan.[6]

Het is dan ook van essentieel belang dat in een zaak als deze uiterste zorgvuldigheid wordt betracht, zowel tijdens het opsporingsonderzoek, alsook tijdens de vervolging.[7]  Die essentiële uiterste zorgvuldigheid dient ook door de verdediging te worden betracht. Om die reden heeft de verdediging in deze zaak de auditieve registraties van de aangifte en enkele getuigenverklaring integraal uitgeluisterd. Tijdens het uitluisteren bleek dat er immense discrepanties zaten tussen de verklaringen van aangeefster zoals deze blijkens de auditieve registratie zijn afgelegd versus de uitgewerkte verklaringen door de politie, die in het dossier zijn opgenomen en samenvattend zijn geverbaliseerd. Zo staat bijvoorbeeld in het dossier te lezen: ´Ik zei stop, verdachte reageerde hier lacherig op.’ Deze overweging is door de rechtbank in eerste aanleg overgenomen in de bewijsconstructie. Uit de auditieve registratieve blijkt echter dat aangeefster hier iets volstrekt anders verklaart. Zij zegt namelijk niet ondubbelzinnig ‘stop’, maar verklaart te hebben gezegd dat zij iets grappigs zei, in de zin van ‘wrong hole’. Aangeefster verklaart dat op dat moment lacherig. Daarbij verklaart zij voorts dat zij niet precies weet wat zij tegen cliënt zou hebben gezegd: ‘zoiets van’ en ‘volgens mij’. Het was dus niet cliënt die hierop lacherig zou hebben gereageerd, maar aangeefster zelf. Er bleken veel meer essentiële discrepanties in de uitwerking van de verklaringen te zitten. Daardoor ontbraken belangrijke nuances en was de bewijsconstructie van de rechtbank niet op de juiste feiten gebaseerd. De verdediging heeft de auditieve registraties om die reden verbatim laten uitwerken en als processtuk in hoger beroep aan het dossier laten toevoegen.

Daarnaast heeft de verdediging een deskundige geraadpleegd. In deze zaak was de verklaring van aangeefster namelijk het belangrijkste bewijsmiddel. Het probleem met de verklaringen van aangeefster is echter dat deze gebaseerd zijn op herinneringen die pas later door haar zijn verkregen. Zij was die bewuste avond en nacht ontzettend dronken en kon zich in eerste instantie helemaal niets herinneren. Pas later, toen zij wat bloedspatjes in bed zag, enkele blauwe plekken op haar lichaam zou hebben waargenomen en pijn aan haar tepels en anus ervaarde, herinnerde zij zich blijkens haar verklaring langzamerhand wat er die nacht volgens haar was gebeurd was. De vraag rijst in hoeverre de herinneringen die aangeefster later kreeg juist en betrouwbaar zijn.

De deskundige heeft geconcludeerd dat het mogelijk is dat aangeefster zich naderhand zeer gedetailleerde zaken is gaan herinneren, echter het is op basis van het dossier eveneens mogelijk dat aangeefster op basis van haar ervaringen en bevindingen van die ochtend onbewust is gaan invullen wat er die nacht gebeurd zou moeten zijn en wat zij mogelijk gezegd zou hebben. Deze scenario’s zijn op basis van het voorliggende dossier niet te onderscheiden, waarbij wordt opgemerkt dat er voor het scenario ter zake het invullen achteraf meer ondersteuning lijkt te zijn dan voor het eerste scenario. Als het niet gaat om feitelijke herinneringen, maar valse herinneringen of pseudoherinnering, dan kan niet tot een strafrechtelijke veroordeling ter zake verkrachting worden gekomen. In ieder geval is de verklaring van aangeefster onvoldoende betrouwbaar, nu niet kan worden vastgesteld hoe die herinneren tot stand zijn gekomen.

De verdediging heeft deze deskundigenrapportage in hoger beroep ingebracht als processtuk. Op basis hiervan heeft de advocaat-generaal gerekwireerd tot vrijspraak. De verdediging heeft vele verschillende verweren gevoerd, die allen dienden te leiden tot vrijspraak van cliënt. Het gerechtshof heeft de verdediging en de A-G gevolgd en cliënt vrijgesproken van de hem tenlastegelegde verkrachting. Cliënt kan eindelijk verder met zijn leven!

Dat neemt niet weg dat aangeefster zelf overtuigd is van de juistheid van haar herinnering en zodoende hele nare herinneringen overhoudt aan haar nacht met cliënt. Dat is voor aangeefster ontzettend vervelend, doch zeer zeker ook voor cliënt.

Benieuwd naar de integrale inhoud van het arrest van het gerechtshof? Klik dan hier.[8]

[1] Onderzoekverslag LEBZ, Rapport ‘Misbruik, misleiding en Misverstanden’, mr. drs. N.M. van Nierop en mr. drs. P. van den Eshof, november 2008, pagina 17.
[2] Onderzoekverslag LEBZ, Rapport ‘Misbruik, misleiding en Misverstanden’, mr. drs. N.M. van Nierop en mr. drs. P. van den Eshof, november 2008, pagina 17.
[3] Aanwijzing Zeden, Staatscourant 2016, 19414, artikel 1.2.
[4] Aanwijzing Zeden, Staatscourant 2016, 19414, artikel 1.2.
[5] Aanwijzing Zeden, Staatscourant 2016, 19414, artikel 1.2.
[6] Aanwijzing Zeden, Staatscourant 2016, 19414.
[7] ´Aanwijzing Zeden, Staatscourant 2016, 19414´ en het ´Onderzoekverslag LEBZ, Rapport ‘Misbruik, misleiding en Misverstanden’, mr. drs. N.M. van Nierop en mr. drs. P. van den Eshof, november 2008, pagina 17.´
[8] Arrest gerechtshof Arnhem – Leeuwarden te Arnhem, d.d. 25 januari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:671.