Conceptwetsvoorstel ´Verhoging wettelijk strafmaximum doodslag´

25-09-2020, mr. C. Lammers (Strafrechtadvocaat)

De maximale gevangenisstraf voor doodslag moet omhoog van 15 naar 25 jaar. Hiervoor hebben de ministers Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Sander Dekker (Rechtsbescherming) donderdag een wetsvoorstel ingediend. De maatregel was eerder al aangekondigd.” (Bron: nu.nl)

Levenslange gevangenisstraf versus tijdelijke gevangenisstraf

In Nederland zijn er twee soorten gevangenisstraffen: de levenslange gevangenisstraf en de tijdelijke gevangenisstraffen. De levenslange gevangenisstraf is de zwaarste straf die in Nederland kan worden opgelegd. Levenslang is ook echt levenslang: opsluiting voor de rest van het leven. Die straf reserveert de rechter dan ook voor de ernstigste misdrijven en wordt in de praktijk opgelegd wanneer er (meerdere) levensdelicten zijn gepleegd. De tijdelijke gevangenisstraf bedraagt maximaal 30 jaar.

Bij een veroordeling voor moord kan door de rechter een levenslange gevangenisstraf worden opgelegd. Ook kan de rechter ervoor kiezen een tijdelijke gevangenisstraf op te leggen, die dan maximaal 30 jaar bedraagt. Het strafmaximum voor doodslag is op dit moment 15 jaar gevangenisstraf.

Moord versus doodslag

Artikel 287 Wetboek van strafrecht: “Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.”

Artikel 289 Wetboek van strafrecht: “Hij die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan moord, gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.”

Het verschil tussen moord en doodslag zit hem in de voorbedachte raad. Voor een bewezenverklaring ter zake moord is vereist dat er sprake was van voorbedachte raad, terwijl dit bij doodslag geen vereiste is. Voorbedachte raad betekent dat moet komen vast te staan dat een verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Bij moord wordt iemand dus opzettelijk van het leven beroofd, waarbij de verdachte daaraan voorafgaand de tijd heeft gehad hierover na te denken. De verdachte moet dus de gelegenheid hebben gehad over de betekenis en de gevolgen van de voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven.

Bij doodslag wordt ook iemand opzettelijk om het leven gebracht, alleen hierbij is er geen voorafgaand moment van beraad geweest. Het is dan niet van te voren gepland.

Voorbedachte raad

Voorbedachte raad vormt derhalve het onderscheidend criterium tussen moord en doodslag. Door de hogere eisen die de Hoge Raad is gaan stellen aan het bewijs van voorbedachte raad, kan in veel minder gevallen worden gekomen tot een veroordeling voor moord. Het moment van beraad voorafgaand aan het levensdelict is vaak lastig te wijzen. Daar waar voorheen dus wel tot een bewezenverklaring van voorbedachte raad (en dus moord) kon worden gekomen, komt de rechter nu niet verder dan een veroordeling voor doodslag. Hierop staat een maximale gevangenisstraf van 15 jaar. Uit de praktijk blijkt dat officieren van justitie en rechters zich in bepaalde gevallen beklagen, omdat ze niet altijd een passende straf kunnen eisen of opleggen. In sommige zaken zijn de feiten en omstandigheden van die doodslag zo ernstig en schokkend, dat 15 jaar gevangenisstraf eigenlijk te weinig is.

Wetsvoorstel

Op 24 september 2020 is er een conceptwetsvoorstel ingediend ´verhoging wettelijke strafmaximum doodslag´. Dit conceptwetsvoorstel komt voort uit de vraag of er tussen de twee strafrechtelijke verschijningsvormen van het doden van een persoon (moord en doodslag) zo´n groot verschil van 15 jaar in de (maximaal) op te leggen straf zou moeten bestaan. Het voorstel houdt een verhoging van het strafmaximum in bij een veroordeling ter zake doodslag. Het strafmaximum dient volgens het voorstel te worden verhoogd naar 25 jaar (i.p.v. 15 jaar). Het conceptvoorstel komt tegemoet aan de wens vanuit de samenleving, het O.M. en de rechtspraak, om het strafmaximum voor doodslag te verhogen, zodat in de meest ernstige gevallen een hogere straf dan 15 jaar kan worden opgelegd. Zo pleitte de rechtbank in Rotterdam voor een hogere maximumstraf bij doodslag na de uitspraak in de zaak-Hümeyra. Bovendien is hiermee het verschil in de maximale strafoplegging (in geval van een tijdelijke gevangenisstraf) bij moord en doodslag minder groot.

Het conceptwetsvoorstel is kort:

Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de verhoging van het wettelijk strafmaximum van doodslag (verhoging wettelijk strafmaximum doodslag)

VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enkele bepalingen van het Wetboek van Strafrecht te wijzigen, in verband met de verhoging van het wettelijk strafmaximum van doodslag;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

  1. In het tweede lid wordt ’ten hoogste achttien jaren’ vervangen door ’ten hoogste vijfentwintig jaren’.
  2. In het derde lid wordt ‘de tijd van achttien jaren’ vervangen door ‘de tijd van vijfentwintig jaren’.

B

In artikel 287 wordt ’ten hoogste vijftien jaren’ vervangen door ’ten hoogste vijfentwintig jaren’.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De toelichting op het voorstel (de conceptmemorie) is uitgebreider en beslaat 6 kantjes. Daarin wordt nader ingegaan op de behoefte en de onderzoeken die zijn gedaan met betrekking tot het verschil in de strafmaxima en de veranderde verhouding tussen doodslag en moord.

Gevolgen

De verhoging van het strafmaximum van 15 naar 25 jaar gevangenisstraf zal naar verwachting leiden tot een gemiddelde verzwaring van de strafeis door het openbaar ministerie en de strafoplegging door de rechter. Verdachten die na invoering van de uiteindelijke wet worden veroordeeld ter zake doodslag, kunnen zomaar 10 jaar langer in detentie zitten dan verdachten die vandaag nog worden veroordeeld ter zake doodslag.

De gemiddelde duur van de tenuitvoerlegging zal naar verwachting toenemen. Dat heeft betekenis voor het gevangeniswezen, maar ook voor de duur van de periode waarin de reclassering aan gedetineerden begeleiding biedt; dit zal allemaal toenemen.

Wordt er dan altijd een hogere straf opgelegd? Het gaat hier als gesteld om een strafmaximum. Dat betekent dat de rechter in geval van doodslag niet hoger mag straffen dan 25 jaar, maar wel lager mag straffen (bijvoorbeeld alsnog 15 jaar).

De verhoging van de maximumstraf naar vijfentwintig jaar gevangenisstraf, alsook de verhouding daarvan tot de maximale tijdelijke gevangenisstraf voor moord, sluit aan bij de strafmaxima van doodslag en moord die in het Caribisch deel van het Koninkrijk gelden. In zowel Aruba, Curaçao als Sint Maarten gelden voor doodslag en moord, strafmaxima van vierentwintig jaar gevangenisstraf (doodslag) en een tijdelijke gevangenisstraf van 30 jaar dan wel een levenslange gevangenisstraf (moord).

Voordat het conceptwetsvoorstel naar de Tweede Kamer wordt gestuurd, kunnen burgers via internetconsultatie een reactie geven. Daar is – ten tijde van het schrijven van deze blog – tot nu toe 1 reactie binnen gekomen van ‘anoniem’: “Een prima voorstel dat recht doet aan mijn persoonlijke gevoelens op dit punt”.

Eerder al – in 2006 – is het strafmaximum van de tijdelijke gevangenisstraf ter zake moord verhoogd van 20 jaar naar 30 jaar. Ik verwacht dat dit conceptwetsvoorstel er uiteindelijk inderdaad toe zal leiden dat het strafmaximum van doodslag (ook) zal worden verhoogd van 15 jaar naar 25 jaar.

Laatste nieuws: Vervolg op “Een zaak die alleen verliezers kent”

20-09-2020, mr. C. Lammers (Strafrechtadvocaat)

Vervolg op: “Een zaak die alleen verliezers kent“.

In de nacht van 31 december 2018 op 1 januari 2019 vindt er een tragisch ongeval plaats. Die nacht ontploft de aanhanger van mijn cliënt, waardoor een buurman overlijdt. Ruim anderhalf jaar later krijgt die tragische gebeurtenis alsnog een juridisch vervolg.

Op 17 september 2020 heeft er een regiezitting plaatsgevonden bij de rechtbank in Almelo. De verdediging heeft verzocht om nader (forensisch) onderzoek. De rechtbank heeft het verzoek tot het horen van 11 getuigen toegewezen. Lees hier en hier de berichtgeving in de media. Deze getuigen zullen de komende periode gehoord gaan worden. mogelijk leidt het horen van de getuigen ertoe dat toch nog nader forensisch onderzoek zal worden gelast.

Wanneer de inhoudelijke behandeling van deze zaak zal plaatsvinden, is op dit moment nog niet bekend. Dit is afhankelijk van wanneer de getuigen gehoord zijn en of er nadien eventueel nog nader forensisch onderzoek zal moeten plaatsvinden. Houd onze pagina in de gaten voor het laatste nieuws over deze zaak.

“Niet over de telefoon”

20-09-2020, mr. C. Lammers (Strafrechtadvocaat)

Het is opvallend in hoeveel strafzaken tapgesprekken nog altijd een belangrijke rol spelen. Wanneer de politie een opsporingsonderzoek start naar vermeende handel in drugs, worden er geregeld ‘dealertelefoons’ getapt; een telefoon van een verdachte waar vermeende afnemers van drugs volgens de politie hun bestellingen doen. Daarbij staat het ‘versluierend taalgebruik’ centraal. Waar vroeger ‘wit’ en ‘bruin’ synoniem waren voor cocaïne en heroïne, zijn er tegenwoordig legio alternatieve benamingen en woorden die gebruikt worden om telefonisch cocaïne te bestellen.

In tapgesprekken is vaak te lezen dat wordt gezegd: ‘niet over de telefoon’. Toch lees je ook vaak dat dan alsnog wordt gevraagd om ‘1 kleine van 40’ of ‘een pakje peuken’ of ‘doe nog is klein, die shit is veel te goed’. Vervolgens wordt er afgesproken op een bepaalde locatie. Vaak zet de politie in dergelijke onderzoeken niet alleen de bevoegdheid in om telefoons af te luisteren, maar verrichten zij ook observaties. Wanneer via de ‘dealertelefoon’ een tijd en plaats wordt afgesproken, gaat het observatieteam aan de slag en volgen zij de verdachte: ‘het subject’. Wat zij zien wordt vastgelegd in een proces-verbaal. Daarnaast maken zij foto’s. Gedurende het opsporingsonderzoek worden de vermoedelijke afnemers door de politie verhoord en uiteindelijk ontstaat er een reden voor de aanhouding van de verdachte. Wanneer de verdachte(n) uiteindelijk wordt/worden aangehouden, doorzoekt de politie vrijwel altijd de woning en auto van de verdachte. Ook wordt de verdachte bij de aanhouding gefouilleerd. Dan komt het wel eens voor dat er in de woning, auto of in de kleding van de verdachte geld en/of drugs worden aangetroffen.

Na de aanhouding van de verdachte komt de advocaat in beeld. De vraag is dan of er voldoende bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen van handel in drugs gedurende een bepaalde periode. De advocaat zal zich afvragen of de dealertelefoon wel is toe te schrijven aan de client, of uit het ‘versluierd taalgebruik’ kan worden afgeleid of het inderdaad om drugsgerelateerde gesprekken gaat en of geobserveerde ontmoetingen drugsgerelateerd waren. Met observaties, foto’s, tapgesprekken en het aantreffen van drugs bij de aanhouding of tijdens de doorzoeking, is er in ieder geval een vermoeden op basis waarvan het O.M. de verdachte gedurende het voortraject langer in voorarrest wenst te houden en op basis waarvan de rechtbank kan oordelen dat de verdachte ook in voorarrest moet blijven.

Wil je weten hoe lang dat voorarrest kan duren? Klik dan hier. Heb je andere vragen? Neem dan hier contact met ons op.