Skip to main content

18 juni 2024, mr. C. Lammers (Strafrechtadvocaat)

Het Openbaar Ministerie heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren geëist tegen Ali B. Hij wordt ervan verdacht zich te hebben schuldig gemaakt aan twee aanrandingen en twee verkrachtingen van drie vrouwen, Naomi, Jill Helena en Ellen ten Damme. Ellen ten Damme heeft hiervan geen aangifte gedaan, maar in haar zaak is het O.M. ambtshalve overgegaan tot strafrechtelijke vervolging.

De eis van het O.M. wordt aan de rechtbank voorgelegd in het requisitoir. Dat is het pleidooi van het O.M., waarin wordt gerekwireerd tot – in dit geval – een wettige en overtuigende bewezenverklaring van alle feiten. Dit betreft het standpunt van het O.M. en zegt dus nog niets over hoe de rechtbank tegen de zaak aankijkt.

Het is vervolgens aan de rechtbank om per feit te bepalen of er inderdaad voldoende wettig en overtuigend bewijs is om te kunnen komen tot een bewezenverklaring van dat feit. Wettig bewijs wordt gevonden in alle bewijsstukken en processen-verbaal die zich in het dossier bevinden, zoals een aangifte, een getuigenverklaring, de verklaring van een verdachte, een letselverklaring, (proces-verbaal van uitkijken) camerabeelden, (proces-verbaal uitwerking) tapgesprekken, (proces-verbaal uitwerking) sms/What’s app berichten, et cetera.

Deze bewijsmiddelen kunnen de verdenking ondersteunen. In Nederland dienen er per feit minimaal 2 onafhankelijke bewijsmiddelen te zijn om te kunnen spreken van voldoende wettig bewijs. Zijn er 2 of meer bewijsmiddelen voorhanden, dan kan het feit wettig worden bewezen.

In de zaak van Ali B. wordt gesproken over een incident waarbij gesproken zou zijn over het intrekken van een verklaring. In dat verband is van belang te weten dat een gedane aangifte of afgelegde verklaring bij de politie nooit kan worden ingetrokken. Alle afgelegde verklaringen blijven deel uitmaken van het dossier. Er kunnen wel aanvullende verklaringen worden afgelegd, waarbij gesteld wordt dat een eerder gedane aangifte of afgelegde verklaring onjuist is, echter die initiële aangifte/verklaring blijf deel uitmaken van het dossier. Het is vervolgens aan de rechtbank de betrouwbaarheid van de initiële aangifte/verklaring en de aanvullende verklaring te toetsen op de betrouwbaarheid ervan.

Als er voldoende wettig bewijs is, is de vraag vervolgens of uit de beschikbare bewijsmiddelen ook de rechterlijke overtuiging kan worden bekomen dat het feit is gepleegd zoals dit aan de verdachte (in dit geval Ali B) ten laste is gelegd. Hier gaat het om de vraag of de beschikbare bewijsmiddelen voldoende betrouwbaar zijn en elkaar op essentiële onderdelen voldoende ondersteunen. Hierbij gaat het vaak om de betrouwbaarheid van de inhoud van de afgelegde verklaringen en tegenstrijdigheden in verklaringen. Ik ben niet op de hoogte van de volledige inhoud van het strafdossier in de zaak van Ali B., zodat ik mij inhoudelijk niet over de bewijsvraag kan uitlaten. Er zijn in de media verschillende berichten verschenen, zowel belastend als ontlastend. Zonder dossierkennis kan er echter geen oordeel worden gegeven over de bewijswaarde van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Het gaat in deze zaak om 1 op 1 situaties. De vraag is of de besproken situaties zich daadwerkelijk hebben voorgedaan, of er sprake is geweest van enig seksueel (overschrijdend) handelingen, of daarbij vervolgens sprake is geweest van juridische dwang, of er signalen zijn afgegeven die door Ali waargenomen zijn. Maar ook of, ten aanzien van de overtuiging, gesteld kan worden dat de afgelegde verklaringen en de aangiftes voldoende betrouwbaar zijn. Hoe zijn verklaringen tot stand gekomen? Verklaren getuigen volledig en betrouwbaar en komen die verklaringen op essentiële punten overeen met eventueel steunbewijs, etc.

Lees hier meer over hoe tot een wettige en overtuigende bewezenverklaring wordt gekomen.

De rechtbank doet over 2 weken uitspraak. Mocht de rechtbank tot een wettige en overtuigende bewezenverklaring komen van één of meer van de tenlastegelegde feiten, dan dient de rechtbank zich vervolgens te buigen over de vraag wat dan een passende straf is. Het O.M. heeft geëist dat Ali dient te worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren. Daarbij verwijst het O.M. naar de richtlijnen die het O.M. hanteert in geval van verkrachting (penetratie/seksueel binnendringen met penis). Volgens het O.M. staat hier een gevangenisstraf op van 3 jaren.

De rechtbank heeft haar eigen oriëntatiepunten (LOVS), waarbij de strafoplegging ten aanzien van veel strafbare feiten doorgaans lager uitvalt dan de richtlijnen die het O.M. hanteert. Zo ook in geval van verkrachting. Wanneer het gaat om verkrachting met een beperkte mate van dwang, dan staat hierop volgens de oriëntatiepunten van de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden (2 jaren). Blijkens het requisitoir van het O.M. is er beperkt geweld gebruikt. In het geval van verkrachting met geweld of een daarmee vergelijkbare mate van dwang, dan staat hierop een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden (3 jaren). Daarvan is volgens het O.M. echter geen sprake. Uiteraard zijn er verschillende strafverzwarende en/of strafverminderende omstandigheden die bij de uiteindelijke strafmaat meegewogen kunnen worden.
Benieuwd naar de straffen op basis van de oriëntatiepunten waarvan rechters uitgaan? Lees er hier meer over en bekijk hier de oriëntatiepunten.

Per 1 juli 2024 zal de zedenwetgeving overigens drastisch veranderen. Vanaf 1 juli worden er vele verschillende soorten van seksueel grensoverschrijdend gedrag strafbaar gesteld. Ook wordt er een onderscheid gemaakt tussen schuldverkrachting en opzetverkrachting. Wij zullen jullie hierover later (vóór 1 juli) informeren.

Resume

De rechtbank zal zich de komende 2 weken in raadkamer moeten beraden over de vraag welke tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen. Daarbij dient de rechtbank te beoordelen of de verklaringen voldoende betrouwbaar zijn, of er voldoende steunbewijs wordt gevonden voor de aantijgingen in onafhankelijke bewijsmiddelen en of uit die bewijsmiddelen de overtuiging kan worden bekomen dat Ali B. zich daadwerkelijk heeft schuldig gemaakt aan de tenlastegelegde verkrachtingen en aanrandingen. Als dat voor een of meer feiten zo is, dient de rechtbank zich vervolgens te beraden over een passende straf.

De rechtbank spreekt op 12 juli 2024 haar vonnis uit.