“Niet over de telefoon”

Het is opvallend in hoeveel strafzaken tapgesprekken nog altijd een belangrijke rol spelen. Wanneer de politie een opsporingsonderzoek start naar vermeende handel in drugs, worden er geregeld ‘dealertelefoons’ getapt; een telefoon van een verdachte waar vermeende afnemers van drugs volgens de politie hun bestellingen doen. Daarbij staat het ‘versluierend taalgebruik’ centraal. Waar vroeger ‘wit’ en ‘bruin’ synoniem waren voor cocaïne en heroïne, zijn er tegenwoordig legio alternatieve benamingen en woorden die gebruikt worden om telefonisch cocaïne te bestellen.

In tapgesprekken is vaak te lezen dat wordt gezegd: ‘niet over de telefoon’. Toch lees je ook vaak dat dan alsnog wordt gevraagd om ‘1 kleine van 40’ of ‘een pakje peuken’ of ‘doe nog is klein, die shit is veel te goed’. Vervolgens wordt er afgesproken op een bepaalde locatie. Vaak zet de politie in dergelijke onderzoeken niet alleen de bevoegdheid in om telefoons af te luisteren, maar verrichten zij ook observaties. Wanneer via de ‘dealertelefoon’ een tijd en plaats wordt afgesproken, gaat het observatieteam aan de slag en volgen zij de verdachte: ‘het subject’. Wat zij zien wordt vastgelegd in een proces-verbaal. Daarnaast maken zij foto’s. Gedurende het opsporingsonderzoek worden de vermoedelijke afnemers door de politie verhoord en uiteindelijk ontstaat er een reden voor de aanhouding van de verdachte. Wanneer de verdachte(n) uiteindelijk wordt/worden aangehouden, doorzoekt de politie vrijwel altijd de woning en auto van de verdachte. Ook wordt de verdachte bij de aanhouding gefouilleerd. Dan komt het wel eens voor dat er in de woning, auto of in de kleding van de verdachte geld en/of drugs worden aangetroffen.

Na de aanhouding van de verdachte komt de advocaat in beeld. De vraag is dan of er voldoende bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen van handel in drugs gedurende een bepaalde periode. De advocaat zal zich afvragen of de dealertelefoon wel is toe te schrijven aan de client, of uit het ‘versluierd taalgebruik’ kan worden afgeleid of het inderdaad om drugsgerelateerde gesprekken gaat en of geobserveerde ontmoetingen drugsgerelateerd waren. Met observaties, foto’s, tapgesprekken en het aantreffen van drugs bij de aanhouding of tijdens de doorzoeking, is er in ieder geval een vermoeden op basis waarvan het O.M. de verdachte gedurende het voortraject langer in voorarrest wenst te houden en op basis waarvan de rechtbank kan oordelen dat de verdachte ook in voorarrest moet blijven.

Wil je weten hoe lang dat voorarrest kan duren? Klik dan hier. Heb je andere vragen? Neem dan hier contact met ons op.